De inflatie daalt, maar waarom merk jij daar zo weinig van in je portemonnee?

Je hoort het regelmatig in het nieuws:

“De inflatie daalt.”

Dat klinkt natuurlijk goed. Misschien denk je zelfs: mooi, dan worden de boodschappen eindelijk weer goedkoper.

Maar vervolgens sta je in de supermarkt, kijk je naar het bedrag onderaan je kassabon en denk je:

Waar dan?

Want die boodschappen zijn nog steeds duur. Je energierekening is misschien hoger dan een paar jaar geleden, een terrasje kost meer en ook allerlei andere dagelijkse uitgaven zijn behoorlijk in prijs gestegen.

Hoe kan de inflatie dan toch dalen?

Het antwoord is eigenlijk heel simpel:

Een dalende inflatie betekent meestal niet dat prijzen dalen. Het betekent dat prijzen minder snel stijgen.

En dat is een belangrijk verschil.

Een simpel voorbeeld met €100 aan boodschappen

Stel dat je een paar jaar geleden iedere week voor ongeveer €100 aan boodschappen deed.

Vervolgens is er in een jaar 10% inflatie.

Diezelfde boodschappen kosten dan geen €100 meer, maar ongeveer:

€110

Een jaar later daalt de inflatie naar 3%.

Dat klinkt als goed nieuws. En dat is het in zekere zin ook. Alleen betekent het niet dat jouw boodschappen weer €103 gaan kosten.

Die 3% komt namelijk boven op die €110.

Je boodschappen worden dan ongeveer:

€113,30

De prijzen stijgen dus nog steeds. Alleen niet meer met 10%, maar met 3%.

En precies daar ontstaat vaak de verwarring.

We horen dat de inflatie daalt en vertalen dat in ons hoofd al snel naar: het leven wordt goedkoper.

Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn.

Zie inflatie als een auto die langzamer gaat rijden

Misschien wordt het nog duidelijker met een auto.

Je rijdt eerst 100 kilometer per uur en daarna verlaag je je snelheid naar 30 kilometer per uur.

Je rijdt nog steeds vooruit.

Alleen minder snel.

Zo werkt het ook met inflatie.

Bij een hoge inflatie stijgen prijzen snel. Bij een lagere inflatie stijgen prijzen langzamer.

Pas wanneer prijzen daadwerkelijk dalen, gebeurt er iets anders. Economen noemen dat deflatie.

Maar wanneer in het nieuws wordt gezegd dat de inflatie van bijvoorbeeld 10% naar 3% is gedaald, betekent dat dus niet automatisch dat de eerdere prijsstijging wordt teruggedraaid.

Daarom voelt jouw portemonnee iets anders dan het nieuws

Daar komt nog iets bij.

Het inflatiecijfer is een gemiddelde.

Jouw huishoudboekje is dat niet.

Voor het berekenen van inflatie wordt gekeken naar allerlei producten en diensten. Maar jij koopt natuurlijk niet iedere maand precies hetzelfde pakket als waarop zo'n gemiddeld inflatiecijfer is gebaseerd.

Misschien geef jij relatief veel uit aan boodschappen.

Of je hebt een auto en bent veel geld kwijt aan brandstof.

Je huur is gestegen.

Je verzekering is duurder geworden.

Of je hebt kinderen en merkt dat allerlei kosten rondom sport, school en kleding oplopen.

Dan kan jouw persoonlijke inflatie heel anders voelen dan het cijfer dat je in het nieuws hoort.

En juist de uitgaven die regelmatig terugkomen, vallen extra op.

Een televisie die €50 duurder wordt, koop je misschien eens in de tien jaar.

Maar als producten die je iedere week in je boodschappenkar legt duurder zijn geworden, word je daar iedere week opnieuw mee geconfronteerd.

En je inkomen dan?

Daar zit voor mij nog een veel belangrijker punt.

Uiteindelijk gaat het niet alleen om hoeveel de prijzen zijn gestegen.

Het gaat om de verhouding tussen jouw inkomen en uitgaven.

Stel dat jouw maandelijkse uitgaven een paar jaar geleden €2.000 waren en inmiddels €2.300 zijn geworden.

Als jouw inkomen in dezelfde periode voldoende is meegestegen, kun je die hogere prijzen misschien redelijk opvangen.

Maar als jouw inkomen nauwelijks is veranderd, moet die extra €300 ergens vandaan komen.

En dan merk je inflatie behoorlijk hard.

Je houdt minder over om te sparen, leuke dingen te doen of te beleggen. Misschien moet je zelfs geld uit je spaarpot halen om gewone maandelijkse kosten te betalen.

Dan heb je weinig aan een nieuwsbericht waarin staat dat de inflatie aan het dalen is.

Wachten tot alles weer goedkoper wordt?

Dat zou ik dus niet doen.

Natuurlijk heb je geen invloed op de inflatie. Je kunt niet bij de supermarkt naar binnen lopen en zeggen:

“Doe mij de prijzen van vijf jaar geleden maar.”

Was het maar zo makkelijk.

Waar je wél invloed op hebt, is hoe jij met de nieuwe situatie omgaat.

Begin bijvoorbeeld eens met opnieuw kijken naar je budget.

Niet naar het budget dat je twee jaar geleden hebt gemaakt, maar naar wat je nu werkelijk uitgeeft.

Wat kosten je boodschappen gemiddeld?

Hoeveel ben je kwijt aan energie?

Welke abonnementen lopen er?

Hoeveel gaat er naar verzekeringen?

En hoeveel houd je daadwerkelijk over?

Dat is ook waarom ik regelmatig adviseer om een korte  financiële check te doen. Even je banksaldo bekijken, je potjes controleren, onverwachte uitgaven nalopen en een week vooruitkijken kan al enorm helpen.

Kijk vooral naar de grote bedragen

Wanneer alles duurder wordt, is de eerste reactie vaak besparen.

En daar is niets mis mee.

Maar probeer niet alleen bezig te zijn met dubbeltjes en kwartjes.

Je kunt natuurlijk drie supermarkten afrijden omdat de koffie ergens €1 goedkoper is. Maar als je ondertussen €40 per maand betaalt voor abonnementen die je nauwelijks gebruikt, valt daar waarschijnlijk veel gemakkelijker winst te behalen.

Kijk daarom eerst naar je grotere vaste en terugkerende uitgaven.

Verzekeringen, abonnementen, energie, boodschappen, vervoer en andere maandelijkse kosten kunnen bij elkaar een behoorlijk verschil maken.

En heb je eenmaal ruimte gevonden? Probeer een deel daarvan dan ook echt apart te zetten.

Bijvoorbeeld door  sparen niet te doen van wat aan het einde van de maand overblijft, maar het om te draaien.

Vergeet de andere kant niet: meer verdienen

Er zit namelijk een grens aan besparen.

Je kunt je abonnementen opzeggen, slimmer boodschappen doen en minder vaak uit eten gaan, maar op een gegeven moment is er gewoon niet zoveel meer weg te halen.

Dan is het ook interessant om naar de andere kant te kijken:

Kan je inkomen omhoog?

Misschien kun je meer uren werken, onderhandelen over je salaris, iets verkopen wat je zelf maakt of een kleine bijverdienste beginnen.

Zeker wanneer prijzen structureel hoger zijn geworden, kan meer verdienen uiteindelijk veel krachtiger zijn dan jarenlang proberen om iedere euro uit je budget te persen.

Dalende inflatie is dus wél goed nieuws

Na dit hele verhaal zou je bijna denken dat dalende inflatie helemaal niets voorstelt.

Dat is ook weer niet waar.

Het is juist prettig wanneer prijzen minder hard stijgen.

Als je boodschappen van €110 ieder jaar opnieuw 10% duurder zouden worden, zou het heel snel gaan. Bij 3% gaat die stijging een stuk langzamer.

Alleen worden de prijsstijgingen uit het verleden daarmee niet automatisch teruggedraaid.

En daarom kan het allebei waar zijn:

De inflatie daalt én jij bent nog steeds veel meer geld kwijt dan een paar jaar geleden.

Dus de volgende keer dat je hoort dat de inflatie is gedaald terwijl je met een dure boodschappentas naar huis loopt, weet je in ieder geval dat je niet verkeerd hebt gerekend.

De prijzen kunnen nog steeds stijgen.

Alleen gelukkig iets minder hard.

En juist daarom blijft het belangrijk om niet alleen naar het inflatiecijfer in het nieuws te kijken, maar vooral naar je eigen cijfers.

Want uiteindelijk vertelt jouw bankrekening veel beter wat inflatie voor jou betekent dan welk gemiddeld percentage dan ook.