// Jouw code hier25 jaar ondernemer: ik heb het wel even geflikt | Financieel Blij
Helga Tijdeman

25 jaar ondernemer: ik heb het wel even geflikt

Op 1 september 2001 schreef ik mij officieel in als ondernemer. Dinsdag is dat precies 25 jaar geleden. Als je mij toen had gevraagd of ik 25 jaar later nog steeds ondernemer zou zijn, had ik waarschijnlijk gewoon ja gezegd. Of ik toen had kunnen bedenken hoe die 25 jaar eruit zouden zien? Absoluut niet.

Op 1 september 2001 was ik 27 jaar en schreef ik mijn eerste eenmanszaak in: Fit & Gezond International.

Helemaal het begin van mijn ondernemerschap was dat eigenlijk niet. Vanaf mijn twintigste, eenentwintigste gaf ik al creatieve workshops en schilderlessen. Rond kerst organiseerde ik kerstworkshops en verdiende ik daar wat mee bij.

Maar op 1 september 2001 werd het officieel.

En mijn ondernemerscarrière begon bepaald niet met een flinke zak geld.

Sterker nog: ik had €48 nodig om te kunnen beginnen.

En die had ik niet.

Mijn eerste startkapitaal? €50 geleend van mijn ouders

Ik werkte op dat moment gewoon in loondienst, maar financieel ging het helemaal niet goed. Ik had behoorlijk wat schulden en zocht juist naar manieren om extra geld te verdienen.

Voor het bedrijf waarmee ik wilde starten, moest ik een starterspakket van €48 aanschaffen.

Dat geld had ik simpelweg niet.

Dus ging ik naar mijn ouders.

Of ik misschien €50 mocht lenen.

Als ik daar nu aan terugdenk, lijkt €48 misschien een klein bedrag. Maar als je het niet hebt, is €48 heel veel geld.

Met die geleende €50 begon ik mijn officiële leven als ondernemer.

En misschien zegt dat achteraf wel iets over de rest van die 25 jaar.

Niet wachten totdat alle omstandigheden perfect zijn.

Kijken naar wat er wél kan.

Van €50 lenen naar €50.000 schuld aflossen

Ondertussen moest er thuis natuurlijk ook iets veranderen.

Als mijn salaris binnenkwam, of ik extra geld verdiende met cursussen en andere werkzaamheden, verdeelde ik mijn geld over enveloppen.

De term cash stuffing kende ik toen helemaal niet. Voor mij was het gewoon een manier om grip te krijgen op mijn geld.

En het werkte.

In een aantal jaren tijd lukte het mij om ongeveer €50.000 aan schulden af te lossen.

Van iemand die €50 van haar ouders moest lenen om een onderneming te kunnen beginnen, werd ik iemand die uiteindelijk volledig schuldenvrij was.

Dat was een enorme overwinning.

Maar mijn ondernemersreis was nog maar net begonnen.

Ineens was ik verantwoordelijk voor 17 medewerkers

Rond 2006/2007 stopte ik met Fit & Gezond International en begon ik Het Hart van de Vader, een hulpverleningsorganisatie.

Ik begeleidde gezinnen met kinderen met gedragsproblemen bij hen thuis. De organisatie groeide. Er kwam een logeeropvang, een dagopvang en uiteindelijk had ik zeventien medewerkers.

Dat klinkt misschien als een geweldig ondernemerssucces.

En ergens was het dat natuurlijk ook.

Maar ik ontdekte ook de andere kant van groei.

Eerst maakte ik mij zorgen over mijn eigen inkomen. Ineens voelde ik mij verantwoordelijk voor het inkomen van zeventien andere gezinnen.

Dat vond ik ontzettend pittig.

Onze inkomsten kwamen voor een groot gedeelte uit pgb's en de regelgeving veranderde regelmatig. Op een gegeven moment werden betalingen zelfs ongeveer een halfjaar stilgelegd.

Maar de salarissen moesten natuurlijk gewoon betaald worden.

We hebben die periode weten te overbruggen, maar de financiële klap kwam daarna alsnog.

Het bedrijf ging failliet.

Een faillissement voelt niet als een ondernemersles wanneer je er middenin zit

Over faillissement wordt soms gemakkelijk gesproken.

"Daar leer je van."

Dat klopt.

Maar wanneer je er middenin zit, voelt het echt niet als een interessante ondernemersles.

Ik voelde verdriet.

Ik schaamde me.

Later kwam er ook boosheid.

En uiteindelijk, hoe gek dat misschien klinkt, zelfs een beetje opluchting.

De enorme financiële druk en stress van de periode daarvoor vielen weg.

Tegelijkertijd ben je tijdens een faillissement ineens afhankelijk van een curator. En juist voor iemand die ondernemer is omdat ze graag zelfstandig is, vond ik dat ontzettend moeilijk.

Zou ik het nog een keer willen meemaken?

Absoluut niet.

Ben ik achteraf dankbaar voor alles wat ik ervan geleerd heb?

Misschien gek genoeg wel.

Helga Tijdeman coaching
Muis manus en Beija

Toen zei mijn lichaam: nu is het genoeg

Een deel van mijn activiteiten viel buiten het faillissement. Ik had onder andere een winkel met cadeauartikelen en handwerkmaterialen, waaraan ook dagbesteding gekoppeld was.

Daar ben ik mee verdergegaan.

Totdat de huur van het winkelpand van ongeveer €800 naar €2.600 zou gaan. Dat was niet haalbaar en ik verhuisde naar een pand op een industrieterrein.

Tegelijkertijd speelde er privé ontzettend veel.

Uiteindelijk kwam het moment waarop mijn lichaam de beslissing voor mij nam.

Ik kreeg een burn-out.

Ik heb toen besloten de zorg en hulpverlening definitief achter me te laten en mijn bedrijf te beëindigen voordat het opnieuw echt mis zou gaan.

En daar stond ik weer.

Nog geen €800 per maand

Ik had op dat moment nog een creatieve webshop en wilde die graag behouden. Ik vroeg daarom bij de sociale dienst of mijn inkomsten uit de webshop konden worden aangevuld met een uitkering.

Dat kon volgens hen niet.

Ik moest mijn webshop beëindigen.

Dat deed ik.

Vervolgens kreeg ik te horen dat ik gekort werd op mijn uitkering omdat ik mijn webshop zelf had beëindigd.

Uiteindelijk hield ik nog geen €800 per maand over.

Mijn huur was alleen al ongeveer €700.

Je hoeft geen budgetexpert te zijn om te begrijpen dat die rekensom niet uitkomt.

In de acht maanden dat ik in mijn burn-out zat, ontstonden opnieuw schulden.

Ik was jaren daarvoor uit een schuld van €50.000 geklommen en nu zat ik opnieuw in een situatie waarin ik financieel nauwelijks rondkwam.

En toen hoorde ik over Bitcoin.

Opnieuw begon het met €50

Ik had wel eens iets met aandelen gedaan, maar dat stelde weinig voor. Misschien €100 om gewoon eens te kijken hoe dat werkte.

Bitcoin kende ik nauwelijks.

Totdat ik op YouTube een serie van Percy Tienhooven tegenkwam waarin hij uitlegde wat Bitcoin was.

Ik vond het razend interessant.

Mijn eerste gedachte was dat je een hele Bitcoin moest kopen. Die kostte toen ongeveer 1.800 à 1.900 dollar.

Dat geld had ik natuurlijk helemaal niet.

Totdat ik ontdekte dat je ook een stukje Bitcoin kon kopen.

En dus kocht ik voor €50 Bitcoin.

Van mijn boodschappengeld.

Of ik dat vandaag iemand zou adviseren?

Nee.

Maar het werd wel een belangrijk kantelpunt in mijn leven.

Ik wilde weten hoe ik dat kleine stukje Bitcoin kon vermeerderen. Via YouTube kwam ik bij een trader terecht die rustig en begrijpelijk uitlegde hoe handelen werkte.

Geen snelle kreten en ingewikkeld vakjargon.

Gewoon uitleg waarmee ik iets kon.

Ik raakte gefascineerd.

Mijn eerste €50 groeide en met een gedeelte van mijn winst betaalde ik mijn eerste tradingworkshop.

Na die workshop wist ik het:

Hier wil ik meer van weten.

Die €800 mogen jullie houden

Langzaam begon ik ook weer uit mijn burn-out te komen.

Sterker nog, ik merkte dat nietsdoen mij helemaal niet hielp. Ik wilde weer bezig zijn.

Dus stopte ik mijn uitkering.

Die nog geen €800 per maand? Daar wilde ik zelf wel voor zorgen.

Ik ging als zzp'er coachingswerk doen, onder andere bij een obesitaskliniek en op het gebied van klanttevredenheid.

Daarnaast verdiepte ik mij steeds verder in traden.

Uiteindelijk kwam ik bij een eenvoudige handelsmethode terecht die ik steeds verder eigen maakte en ontwikkelde tot mijn eigen STOBB-methode.

Ik ging er zelfs les in geven.

En toen kwam maart 2020.

Corona.

Lockdown.

Mijn zzp-opdrachten vielen weg.

Kan ik leven van traden?

Ik rekende uit wat ik minimaal nodig had om rond te komen.

€1.300 per maand.

Dus stelde ik mezelf een simpele vraag:

Als ik iedere maand €1.300 bij elkaar kan traden, kan ik hier dan mijn inkomen van maken?

Vanaf de eerste maand lukte dat.

Daarna kon ik mezelf iedere maand iets meer betalen. Ik kon opnieuw mijn schulden aflossen en langzaam ontstond er iets waarvan ik jarenlang eigenlijk alleen maar had kunnen dromen.

Financiële rust.

En juist daardoor ontstond Financieel Blij.

Ik hoef niet financieel vrij te zijn

Er wordt ontzettend veel gesproken over financieel vrij worden.

Maar wat is financieel vrij?

Moet je daarvoor €100.000 op de bank hebben? Een miljoen? Nooit meer hoeven werken?

Voor iedereen betekent het iets anders.

Ik ontdekte dat ik helemaal niet per se financieel vrij hoef te zijn.

Ik wil financieel blij zijn.

Voor mij betekent dat dat ik iedere maand goed kan rondkomen. Geen financiële zorgen heb. Dingen kan doen die ik graag wil doen, zolang mijn wensen een beetje reëel blijven.

Maar bovenal betekent het vrijheid.

Niet de vrijheid om niets meer te doen.

De vrijheid om zelf te bepalen wat ik met mijn tijd doe.

Ik hoef geen veertig uur per week meer te werken. Daardoor kan ik ondernemen, creëren en leren, maar heb ik bijvoorbeeld ook tijd om voor mijn ouders te zorgen en mentor te zijn voor mijn zusje.

En in september, op mijn 52e, begin ik zelfs weer aan een opleiding.

Tot illustrator.

Want naast die financiële ondernemer zit er nog een heel andere Helga.

En toen waren daar ineens zes muizen…

Eigenlijk was die creatieve ondernemer er altijd al.

In 2012 organiseerde Elburg Kerst in de Vesting, een Dickens-achtig evenement. Ik had toen een handwerkwinkel en wilde iets maken wat bij Elburg en het evenement paste.

Zo ontstonden zes muizen.

De eerste was Frans de burgemeester, geïnspireerd op de toenmalige burgemeester van Elburg. Daarna kwamen allerlei andere Elburgse typetjes.

En Manus en Beija.

Zij waren gebaseerd op de opa en oma van mijn vader.

Beija was een karakteristieke, zelfstandige vrouw uit Elburg die vroeger turf verkocht. Ze werd al jong weduwe en moest haar eigen boontjes doppen.

Misschien is het daarom niet zo vreemd dat juist Muis Beija uiteindelijk mijn lievelingsmuis werd.

Ik herken iets van mezelf in haar.

“Kan ik die muis kopen?”

Mensen zagen mijn muizen en wilden ze kopen.

Maar mijn muizen zelf verkocht ik niet.

Het patroon wel.

Daarna wilden mensen pakketten. En ze wilden de patronen graag bij elkaar hebben.

Dus bundelde ik de zes patronen in mijn eerste boekje: Vestingsmuizen haken.

Het boekje vloog over de toonbank.

Toen het uitverkocht was, verkocht ik de patronen een aantal jaren digitaal.

Pas jaren later liet ik het boekje opnieuw drukken.

Achteraf heb ik mezelf vaak afgevraagd:

Waarom heb ik dit in hemelsnaam zo lang laten liggen?

Want er zat zoveel meer in die muizen.

Geen geld voor een boek? Dan verkoop ik het eerst

Rond het einde van mijn burn-out wilde ik een tweede Vestingsmuizenboekje uitbrengen.

Er was alleen één klein probleem.

Ik had geen geld om het te laten drukken.

En dus dacht ik: wat als ik het boekje eerst verkoop en daarna met dat geld de drukker betaal?

Ik startte een voorverkoop.

Binnen een paar dagen had ik voldoende geld binnen om het boek te laten drukken.

Mijn tweede boekje was een feit.

In december 2019 begon ik vervolgens de online Vestingsmuizenclub.

Meer dan honderd mensen namen direct een jaarabonnement.

Drie maanden later zat Nederland vanwege corona thuis.

Zonder dat ik het had kunnen voorspellen, bleek die online community precies op het juiste moment te zijn ontstaan.

Inmiddels zijn de Vestingsmuizen veel meer dan zes gehaakte muisjes.

Er zijn boeken, patronen, maandmuizen, verhalen, een club, kleurplaten en zelfs een Cosy Coloring-cursus.

En in oktober verschijnt alweer mijn elfde Vestingsmuizenboekje.

Muis Beija?

Die is belangrijker geworden dan ik in 2012 ooit had kunnen bedenken.

Financiële handel en muizen?

Soms vragen mensen zich misschien af hoe dat bij elkaar past.

Aan de ene kant traden, beleggen, investeren en Financieel Blij.

Aan de andere kant haken, tekenen, kleuren, verhalen schrijven en Vestingsmuizen.

Voor mij is het heel logisch.

Het zijn allebei delen van mij.

De ene Helga houdt van cijfers, systemen, ondernemen en financiële mogelijkheden.

De andere wil creëren, tekenen, ontwerpen en verhalen vertellen.

En misschien is dát wel een van de mooiste dingen die 25 jaar ondernemerschap mij heeft gebracht.

Ik hoef niet te kiezen.

Zou ik het allemaal opnieuw hetzelfde doen?

Nee.

Als je mij bijvoorbeeld vraagt of ik ooit weer zeventien mensen in dienst zou nemen, is mijn antwoord heel duidelijk: nee.

Niet vanwege de mensen. We hadden een geweldig team.

Maar ik wil die verantwoordelijkheid niet meer.

Het beperkt voor mij juist de vrijheid die ik nu zo belangrijk vind.

Ik besteed graag werkzaamheden uit aan zzp'ers, maar personeel in dienst? Dat hoofdstuk heb ik afgesloten.

En natuurlijk heb ik fouten gemaakt.

Misschien had ik veel eerder met de Vestingsmuizen moeten doorgroeien.

Misschien had ik bepaalde zakelijke beslissingen anders moeten nemen.

Maar tegelijkertijd…

Als ik die fouten niet had gemaakt, was ik dan vandaag dezelfde ondernemer geweest?

Waarschijnlijk niet.

Waar ben ik na 25 jaar het meest trots op?

Niet op een bepaald omzetcijfer.

Niet op een bedrijf.

Niet op een boek.

En ook niet op een succesvolle trade.

Ik ben er het meest trots op dat ik het heb gedaan.

Dat ik nooit bij de pakken ben neergegaan.

Ik spreek zelf liever niet over problemen. Ik noem het uitdagingen.

En uitdagingen zijn er genoeg geweest.

Schulden.

Een faillissement.

Een burn-out.

Opnieuw schulden.

Bedrijven die stopten.

Plannen die mislukten.

Maar als ergens een deur dichtging, ging er uiteindelijk ergens anders wel weer een raam open.

Soms moest ik behoorlijk diep gaan om dat raam te kunnen vinden.

Maar ik ben altijd doorgegaan.

Wat zou ik tegen die 27-jarige Helga zeggen?

Als ik vandaag tegenover die Helga van 27 zou zitten die €50 van haar ouders moest lenen omdat ze de €48 voor haar eerste starterspakket niet kon betalen, zou ik haar maar één ding willen zeggen:

Je hebt een goede keuze gemaakt.

Ook al zeiden mensen dat ondernemen misschien niets voor je was.

Ook al kwam je niet uit een ondernemersfamilie.

Ook al had je eigenlijk niet eens het geld om te beginnen.

Het is niet altijd makkelijk geweest.

Je hebt fouten gemaakt.

Je bent gevallen.

En soms moest je behoorlijk ver omhoog klimmen om weer uit een dal te komen.

Maar je hebt het gedaan.

Je hebt het wel even geflikt.

En als iemand mij op 1 september 2051 vraagt hoe ik terugkijk op vijftig jaar ondernemerschap?

Dan hoop ik dat ik precies hetzelfde antwoord kan geven.

Het was niet altijd makkelijk. Maar ik heb het wel gedaan.