Geld komt binnen. Geld gaat eruit.
En ergens halverwege de maand denk je:
Waar is het eigenlijk gebleven?
Je hebt boodschappen gedaan. Een paar rekeningen betaald. Misschien iets leuks gekocht. Er kwam nog een onverwachte rekening tussendoor en voor je het weet kijk je naar je bankrekening en staat er veel minder op dan je had verwacht.
Herkenbaar?
Dan kan budgetteren met meerdere bankrekeningen je enorm helpen.
Het klinkt misschien ingewikkeld. Alsof je straks met tien bankpassen in je portemonnee loopt en iedere dag moet puzzelen vanaf welke rekening je iets moet betalen.
Gelukkig hoeft dat helemaal niet.
Het idee is juist heel simpel:
Iedere euro die binnenkomt, krijgt meteen een bestemming.
Je laat je geld dus niet zomaar op één grote hoop staan. Je verdeelt het over verschillende potjes of bankrekeningen.
Zo weet je precies welk geld je kunt uitgeven én welk geld je beter met rust kunt laten.
En dat geeft rust.
Waarom één bankrekening soms lastig werkt
Stel dat er €2.500 op je betaalrekening staat.
Dat ziet er best lekker uit.
Je denkt misschien:
"Mooi, er staat genoeg geld op."
Maar klopt dat ook?
Van die €2.500 moet misschien nog:
- €900 naar de huur of hypotheek;
- €250 naar energie en verzekeringen;
- €400 naar boodschappen;
- €150 naar vervoer;
- €200 naar sparen;
- €100 naar jaarlijkse rekeningen.
Opeens is die €2.500 helemaal niet meer zoveel.
Het probleem is dat je banksaldo niet vertelt welk deel van dat geld nog nodig is.
Je ziet alleen:
€2.500 beschikbaar.
En ons hoofd maakt daar al snel van:
€2.500 om uit te geven.
Dat is natuurlijk niet hetzelfde.
Door je geld te verdelen over meerdere bankrekeningen of spaarpotjes maak je dat verschil zichtbaar.
Geef iedere euro een taak
Binnen Financieel Blij vind ik één gedachte heel belangrijk:
Geld zonder plan verdwijnt makkelijk. Geld met een bestemming werkt voor jou.
Je hoeft daarvoor niet rijk te zijn.
Sterker nog: juist wanneer je niet heel veel ruimte hebt, is het extra belangrijk dat je weet waar je geld naartoe gaat.
Je kunt iedere euro bijvoorbeeld één van deze taken geven:
- vaste lasten betalen;
- boodschappen doen;
- benzine betalen;
- kleding kopen;
- sparen voor vakantie;
- een buffer opbouwen;
- schulden aflossen;
- investeren;
- plezier maken.
Ja, ook plezier maken mag gewoon een bestemming zijn.
Een budget is namelijk niet bedoeld om al het leuke uit je leven te halen.
Een goed budget zorgt er juist voor dat je zonder schuldgevoel iets leuks kunt doen.
Want als jij €50 hebt gereserveerd om deze maand gezellig uit eten te gaan, dan mag je die €50 daar ook voor gebruiken.
Dat geld had tenslotte al een taak.
“Vind je het lastig om eerst overzicht te krijgen? Lees dan ook "Wat is een budgetplanner en hoe gebruik je hem?”
Hoeveel bankrekeningen heb je nodig?
Hier bestaat geen perfect aantal voor.
De één vindt drie rekeningen heerlijk overzichtelijk. De ander werkt liever met zes of zeven verschillende potjes.
Maak het vooral niet ingewikkelder dan nodig.
Een eenvoudige verdeling kan bijvoorbeeld bestaan uit vier onderdelen.
1. De rekening waar je inkomen binnenkomt
Hier komt je salaris, uitkering, pensioen of ondernemersinkomen binnen.
Zie dit als het verdeelstation.
Het geld blijft hier niet gezellig een maand staan wachten.
Zodra het binnenkomt, ga je het verdelen.
2. Een rekening voor vaste lasten
Vanaf deze rekening betaal je bijvoorbeeld:
- huur of hypotheek;
- energie;
- water;
- verzekeringen;
- telefoon;
- internet;
- abonnementen;
- gemeentelijke lasten.
Je berekent hoeveel je gemiddeld per maand nodig hebt en zet dat bedrag op deze rekening.
Zo weet je dat het geld voor je vaste lasten veilig staat.
Komt Netflix morgen afschrijven?
Geen probleem.
De zorgverzekering volgende week?
Het geld staat er al.
Dat alleen kan ontzettend veel rust geven.
3. Een rekening voor dagelijkse uitgaven
Dit is je leefgeld.
Hiervan betaal je bijvoorbeeld:
- boodschappen;
- drogisterij;
- benzine;
- kleine aankopen;
- koffie onderweg;
- iets lekkers;
- andere dagelijkse uitgaven.
Dit is de rekening waar je regelmatig naar kijkt.
Staat er nog €120 op en moet je daar nog tien dagen mee doen?
Dan weet je meteen waar je aan toe bent.
Je hoeft niet eerst uit te rekenen welk deel van je totale banksaldo eigenlijk voor andere rekeningen bedoeld was.
4. Spaarrekeningen of digitale spaarpotjes
Hier zet je geld apart voor doelen die niet iedere maand terugkomen.
Denk aan:
- vakantie;
- auto-onderhoud;
- eigen risico;
- kerst;
- cadeaus;
- kleding;
- dierenarts;
- woningonderhoud;
- nieuwe apparatuur;
- een financiële buffer.
Bij veel banken kun je binnen één spaarrekening meerdere potjes maken.
Dat is ideaal.
Je hoeft dus echt niet voor ieder doel een compleet nieuwe bankrekening te openen.
Een simpel voorbeeld
Stel: Marieke krijgt iedere maand €2.300 binnen.
Zij heeft haar geld als volgt verdeeld:
Vaste lasten: €1.250
Boodschappen en leefgeld: €500
Sparen voor jaarlijkse kosten: €200
Buffer: €150
Vakantie: €100
Vrij besteden: €100
Totaal:
€2.300.
Iedere euro heeft nu een bestemming.
Als Marieke na een week op haar leefgeldrekening kijkt en daar staat nog €370, weet ze precies wat dat betekent.
Ze heeft €370 over voor boodschappen en andere dagelijkse uitgaven.
Ze ziet ondertussen misschien €1.000 op haar spaarrekening staan.
Maar dat voelt niet meer als geld dat zomaar uitgegeven kan worden.
Want ze weet:
€400 is voor de vakantie.
€300 is voor de auto.
€300 is voor haar buffer.
Dat geld heeft al een naam.
En geld met een naam geef je minder snel per ongeluk uit.
Werk ook met potjes voor jaarlijkse kosten
Dit is een van de onderdelen die bij budgetteren vaak wordt vergeten.
We denken meestal goed na over maandelijkse kosten.
Maar vervolgens komt ineens de rekening van de autoverzekering.
Of de gemeentelijke belasting.
Of kerst.
Of de jaarlijkse contributie.
En dan zeggen we:
"Dat kwam onverwacht."
Terwijl we eigenlijk wisten dat het eraan kwam.
Neem bijvoorbeeld een rekening van €600 die één keer per jaar komt.
In plaats van in december ineens €600 te moeten vinden, kun je iedere maand €50 apart zetten.
Want:
€600 ÷ 12 maanden = €50 per maand.
Opeens is die grote rekening een stuk minder eng.
Je kunt dit met veel uitgaven doen.
Denk aan:
- onderhoud van de auto;
- gemeentelijke belastingen;
- vakantie;
- verjaardagen;
- schoolkosten;
- kerst;
- verzekeringen;
- onderhoud aan huis;
- dierenarts.
Zo maak je van grote rekeningen kleine maandelijkse bedragen.
Maar mijn inkomen is iedere maand anders
Ook dan kun je met meerdere rekeningen werken.
Bij een wisselend inkomen is het zelfs extra handig.
Begin dan met de belangrijkste bestemmingen.
Eerst zorg je voor:
1. wonen;
2. energie;
3. eten;
4. noodzakelijke verzekeringen;
5. vervoer dat je nodig hebt;
6. andere noodzakelijke kosten.
Daarna kijk je wat er nog overblijft voor sparen, extra aflossen, leuke dingen of andere doelen.
Heb je de ene maand meer inkomen dan de andere?
Probeer dan in goede maanden niet automatisch meer uit te geven.
Zet een deel apart.
Zo bouw je uiteindelijk een buffer waarmee je mindere maanden kunt opvangen.
Automatisch verdelen maakt het makkelijker
Je hoeft niet iedere maand handmatig twintig bedragen over te boeken.
Bij veel banken kun je automatische overboekingen instellen.
Komt je inkomen bijvoorbeeld op de 24e binnen?
Dan kun je op de 25e automatisch bedragen laten overboeken naar verschillende rekeningen en spaarpotjes.
Je geld wordt dan bijna vanzelf verdeeld.
Dat is handig omdat je niet iedere maand opnieuw dezelfde beslissingen hoeft te maken.
Wat niet op je dagelijkse betaalrekening staat, geef je bovendien minder makkelijk uit.
Een beetje afstand tussen jou en je spaargeld kan soms heel gezond zijn.
Je hoeft niet vanaf dag één perfect te budgetteren
Dit vind ik belangrijk.
Want zodra mensen met budgetteren beginnen, willen ze het vaak meteen perfect doen.
Ze maken twintig categorieën.
Boodschappen.
Huishouden.
Persoonlijke verzorging.
Kleding.
Uit eten.
Cadeaus.
Koffie.
Hobby.
Auto.
Fiets.
Vakantie.
Weekendjes weg.
En na drie weken zien ze door de cijfers hun budget niet meer.
Begin liever eenvoudig.
Bijvoorbeeld met:
Rekening 1 – vaste lasten
Rekening 2 – boodschappen en dagelijks leven
Spaarpot 1 – buffer
Spaarpot 2 – jaarlijkse kosten
Spaarpot 3 – leuk doel
Meer hoeft niet.
Wanneer dat goed werkt, kun je later altijd extra potjes toevoegen.
Wat als een potje leeg is?
Dan is het antwoord eigenlijk heel eenvoudig:
dan is het geld voor die categorie op.
Dat klinkt streng, maar juist daar zit de kracht van deze manier van budgetteren.
Stel dat je €100 per maand hebt gereserveerd voor kleding.
Na twee weken heb je €95 uitgegeven.
Dan heb je nog €5.
Je kunt vervolgens drie dingen doen:
Je koopt die maand niets meer.
Je wacht tot de volgende maand.
Of je besluit bewust geld uit een andere categorie te halen.
Dat laatste mag.
Een budget is geen gevangenis.
Maar maak er wel een bewuste keuze van.
Niet:
"Ach, ik betaal het gewoon en zie later wel."
Maar:
"Ik wil deze schoenen graag kopen. Daarvoor haal ik €40 uit mijn uit-eten-potje. Dat betekent dat ik deze maand niet meer uit eten ga."
Dan bepaal jij wat er met je geld gebeurt.
In plaats van andersom.
Vergeet je buffer niet
Naast alle potjes voor leuke doelen is er één potje dat misschien niet spannend is, maar wel ontzettend belangrijk:
je buffer.
Een buffer is geld voor echte onverwachte uitgaven.
De wasmachine gaat stuk.
Je auto moet onverwacht naar de garage.
Je moet ineens iets vervangen.
Zonder buffer wordt zo'n rekening direct een probleem.
Met buffer is het vooral vervelend.
En geloof me: dat verschil voelt enorm.
Je hoeft niet meteen duizenden euro's te sparen.
Begin desnoods met €250.
Daarna €500.
Daarna €1.000.
Stap voor stap.
Iedere euro die in je buffer zit, maakt je financieel iets sterker.
“Wil je hier serieus mee beginnen? In Hoe bouw je een buffer van €1.000 op? laat ik stap voor stap zien hoe je dat kunt aanpakken.”
Meerdere bankrekeningen lossen niet alles op
Een belangrijke waarschuwing:
Je kunt tien bankrekeningen openen en toch iedere maand geld tekortkomen.
De rekeningen zijn alleen een hulpmiddel.
Het echte verschil zit in je gedrag.
Je moet nog steeds keuzes maken.
Je moet weten hoeveel er binnenkomt.
Je moet weten hoeveel eruit gaat.
En soms moet je zeggen:
"Dat kan nu even niet."
Maar juist doordat je geld verdeeld staat, worden die keuzes een stuk duidelijker.
Je hoeft minder te gokken.
Je hoeft minder in je hoofd te rekenen.
Je kunt het gewoon zien.
Zo kun je vandaag beginnen
Pak je bankapp erbij en kijk eerst eens naar de mogelijkheden.
Kun je gratis extra spaarpotjes maken?
Kun je een tweede betaalrekening openen?
Kun je automatische overboekingen instellen?
Schrijf daarna op:
Wat komt er iedere maand binnen?
Welke vaste lasten heb ik?
Hoeveel heb ik nodig voor boodschappen en dagelijks leven?
Welke jaarlijkse kosten komen eraan?
Waar wil ik voor sparen?
En ga dan verdelen.
Niet wat er toevallig aan het einde van de maand overblijft.
Maar meteen wanneer je geld binnenkomt.
Dat is een belangrijk verschil.
Veel mensen proberen te sparen volgens deze methode:
inkomen - uitgaven = sparen
Maar vaak blijft er dan weinig over.
Draai het eens om.
Geef sparen en andere belangrijke doelen direct een plek in je budget.
Dan wordt sparen geen toevallig restje.
Het wordt onderdeel van je plan.
Financieel Blij betekent niet dat je nooit meer geldzorgen hebt
Er zullen altijd rekeningen komen.
Er zullen altijd maanden zijn waarin alles tegelijk stuk lijkt te gaan.
En waarschijnlijk zul je ook nog weleens iets kopen waarvan je achteraf denkt:
"Dat was misschien niet mijn beste financiële beslissing."
Dat hoort erbij.
Financieel Blij gaat voor mij niet over perfect zijn.
Het gaat over grip krijgen.
Weten wat je hebt.
Weten wat je nodig hebt.
En zelf bepalen waar je geld naartoe gaat.
Meerdere bankrekeningen kunnen daarbij een ontzettend eenvoudig hulpmiddel zijn.
Je inkomen komt binnen.
Je verdeelt het.
Iedere euro krijgt een bestemming.
En wat er op je leefgeldrekening staat?
Dat mag je gebruiken.
Zonder steeds bang te zijn dat morgen ineens de energierekening wordt afgeschreven van het geld dat je eigenlijk al had uitgegeven.
Dat is geen ingewikkelde financiële strategie.
Dat is gewoon overzicht.
En overzicht geeft rust.
Geef daarom niet alleen je geld uit. Geef je geld eerst een taak.
Daar begint financieel blij worden vaak mee.






