Je kent die voorbeelden waarschijnlijk wel.
“Als je vanaf je twintigste iedere maand €100 belegt, heb je later…”
En vervolgens verschijnt er een prachtig bedrag in beeld.
Leuk.
Maar wat heb je eraan als je inmiddels 48, 52 of 57 bent?
Je kunt moeilijk terug naar je twintigste om alsnog te beginnen.
Misschien heb je jarenlang nauwelijks iets opzijgezet. Misschien heb je een scheiding achter de rug, ben je ondernemer geweest, heb je schulden afgelost, kinderen grootgebracht of was er simpelweg iedere maand iets anders dat belangrijker leek.
En ineens komt dat pensioen steeds dichterbij.
Dan kan de gedachte ontstaan:
Ik ben te laat. Het heeft nu toch geen zin meer.
Maar dat is misschien wel de duurste conclusie die je kunt trekken.
De beste leeftijd om met vermogensopbouw te beginnen was misschien twintig jaar geleden.
Maar de enige leeftijd waarop jij vandaag iets kunt veranderen, is de leeftijd die je nu hebt.
Eerst: stop met jezelf vergelijken
Op internet kom je allerlei lijstjes tegen met hoeveel vermogen of pensioen je op een bepaalde leeftijd zou moeten hebben.
Daar word ik persoonlijk niet zo enthousiast van.
Want wat heb je eraan om op je 52e te horen dat je volgens een of andere formule al een enorm bedrag had moeten hebben?
Als je dat bedrag niet hebt, staat het morgen ook niet ineens op je rekening.
Veel interessanter zijn deze vragen:
- Waar sta je nu?
- Wat heb je al opgebouwd?
- Hoeveel jaar heb je nog tot je pensioen?
- Hoe hoog zijn je huidige lasten?
- Wat kun je vanaf vandaag structureel sparen of investeren?
- En wat kun je de komende jaren veranderen?
Dat zijn vragen waar je wél iets mee kunt.
Je begint in Nederland waarschijnlijk niet helemaal vanaf nul
Dit is meteen een belangrijk verschil met veel Amerikaanse financiële content.
Wanneer iemand zegt: “Ik heb niets voor mijn pensioen gespaard”, betekent dat in Nederland niet automatisch dat er helemaal niets is.
Ons pensioen bestaat grofweg uit verschillende onderdelen: AOW vanuit de overheid, pensioen dat je eventueel via werkgevers hebt opgebouwd en vermogen dat je zelf hebt opgebouwd of nog gaat opbouwen.
Daarom zou ik voordat je ook maar één ingewikkelde pensioenberekening maakt eerst eens kijken op Mijnpensioenoverzicht.nl.
Daar zie je hoeveel pensioen je tot nu toe hebt opgebouwd en wat je naar verwachting later ontvangt.
Misschien valt het tegen.
Maar misschien valt het ook ontzettend mee.
En beide uitkomsten zijn nuttig.
Want pas als je weet waar je staat, kun je bepalen wat je nog moet doen.
Je hebt misschien nog meer tijd dan je denkt
Stel dat je 52 bent.
Dan voelt pensioen misschien ineens dichtbij.
Maar de AOW-leeftijd ligt momenteel rond de 67 jaar. Afhankelijk van je geboortejaar kan die leeftijd verschillen.
Dat betekent dat iemand van begin vijftig waarschijnlijk nog ongeveer vijftien jaar heeft om iets te veranderen.
Vijftien jaar!
Dat is niet hetzelfde als veertig jaar beleggen.
Natuurlijk niet.
Maar vijftien jaar lang iedere maand geld opzijzetten is ook bepaald niet niets.
Stel bijvoorbeeld dat je vanaf je 52e iedere maand €250 kunt missen.
Zonder ook maar één euro rendement mee te rekenen, heb je na vijftien jaar:
€250 × 12 × 15 = €45.000
Kun je €500 per maand vrijmaken?
Dan heb je het over:
€90.000 aan eigen inleg.
En dan hebben we eventueel rendement nog helemaal buiten beschouwing gelaten.
Dat vind ik belangrijk om te laten zien.
Want zodra mensen denken dat ze “te laat” zijn, doen ze soms helemaal niets meer.
Maar €45.000 opbouwen is toch echt iets anders dan €0 opbouwen.
Rendement kan helpen, maar maak er geen sprookje van
Je kunt natuurlijk gaan beleggen.
En wanneer je geld jarenlang belegd blijft, kan rendement een flinke bijdrage leveren aan je vermogensopbouw.
Maar hier wil ik wel een waarschuwing bij plaatsen.
Juist wanneer je later begint, kan de verleiding ontstaan om meer risico te nemen.
“Ik moet die verloren jaren inhalen.”
Dus geen normaal rendement proberen te behalen, maar ineens op zoek naar beleggingen die 15%, 20% of nog meer per jaar zouden moeten opleveren.
Daarmee kun je het probleem juist groter maken.
Hoe korter je beleggingshorizon wordt, hoe belangrijker het wordt om goed na te denken over het risico dat je neemt.
Je hoeft je twintigste niet in te halen.
Je moet vanaf vandaag verstandige financiële beslissingen nemen.
Dat is iets heel anders.
Vermogen opbouwen is meer dan alleen beleggen
Dit vind ik misschien wel het belangrijkste onderdeel van dit verhaal.
Wanneer we het over vermogen hebben, denken we bijna automatisch aan een beleggingsrekening.
Maar stel dat jij straks €1.500 per maand nodig hebt om prettig te kunnen leven.
Dan maakt het nogal verschil of je op je pensioendatum nog €900 hypotheek en andere vaste lasten hebt, of dat je woonlasten tegen die tijd veel lager zijn.
Daarom kun je vanaf je vijftigste aan verschillende knoppen draaien.
Je kunt extra sparen.
Je kunt beleggen.
Je kunt extra pensioen opbouwen.
Je kunt schulden aflossen.
Je kunt kijken of je hypotheeklasten richting je pensioen lager kunnen.
Je kunt proberen je inkomen te verhogen.
En misschien kun je een combinatie van al deze dingen gebruiken.
Vermogensopbouw gaat namelijk niet alleen over de vraag:
“Hoeveel geld heb ik straks?”
Minstens zo belangrijk is:
“Hoeveel geld heb ik straks iedere maand nodig?”
Begin daarom met je financiële foto
Als je vijftigplus bent en het gevoel hebt dat je achterloopt, zou ik niet beginnen met het openen van een beleggingsrekening.
Ik zou eerst een financieel overzicht maken.
Schrijf eens op:
1. Wat heb ik nu?
Spaargeld, beleggingen, pensioen, eventuele overwaarde en andere bezittingen.
2. Welke schulden heb ik nog?
Denk niet alleen aan een hypotheek, maar ook aan persoonlijke leningen, creditcards, roodstand of andere schulden.
3. Wat heb ik al aan pensioen opgebouwd?
Bekijk daarvoor je pensioenoverzicht.
4. Wanneer verwacht ik ongeveer te stoppen met werken?
Dat hoeft niet per se je AOW-leeftijd te zijn.
5. Hoeveel kan ik iedere maand structureel vrijmaken?
Niet één maand als alles meezit.
Maar iedere maand.
Misschien is dat €100.
Misschien €250.
Misschien €750.
Het bedrag is belangrijk, maar de gewoonte is minstens zo belangrijk.
Wat als je maar €100 per maand kunt missen?
Dan begin je met €100.
Echt.
Ik zie veel liever iemand van 55 die iedere maand automatisch €100 opzijzet dan iemand die maandenlang probeert uit te zoeken hoe hij ooit €1.000 per maand zou moeten investeren en daardoor uiteindelijk helemaal niets doet.
Je kunt later altijd verhogen.
Krijg je salarisverhoging?
Dan kan €100 misschien €150 worden.
Is een lening afbetaald?
Dan kun je het bedrag dat je daarvoor betaalde voortaan voor je toekomst gebruiken.
Valt er een abonnement weg?
Hetzelfde verhaal.
Vermogen wordt zelden opgebouwd door één spectaculaire financiële beslissing.
Het ontstaat meestal door jarenlang steeds opnieuw dezelfde relatief saaie goede beslissing te nemen.
Kijk ook eens naar je inkomen
Dit wordt vaak vergeten.
Als je nog tien, vijftien of misschien zelfs twintig jaar werkt, heb je niet alleen tijd.
Je hebt waarschijnlijk ook nog jaren aan inkomen voor je liggen.
En dat inkomen is een enorm belangrijke factor.
Misschien kun je onderhandelen over je salaris.
Misschien kun je meer uren werken.
Misschien heb je kennis waarmee je naast je baan iets kunt verdienen.
Of misschien kun je als ondernemer je bedrijf de komende jaren winstgevender maken.
Een paar honderd euro extra inkomen per maand kan over tien of vijftien jaar een enorm verschil maken wanneer je besluit dat geld niet automatisch mee te laten groeien met je uitgaven, maar bewust te gebruiken voor vermogensopbouw.
Je hoeft niet ineens extreem zuinig te leven
Daarmee bedoel ik niet dat je vanaf je vijftigste nooit meer op vakantie mag en vijftien jaar lang op water en brood moet leven.
Daar geloof ik sowieso niet zo in.
Financieel Blij gaat voor mij juist over een goede balans tussen nu leven en later financiële rust hebben.
Maar misschien moet je wel eerlijk naar je prioriteiten kijken.
Wil je nu iedere paar jaar een duurdere auto?
Of wil je straks meer financiële vrijheid?
Moet je inkomen volledig meegroeien met je levensstijl?
Of mag een gedeelte van iedere inkomensstijging voortaan naar je toekomstige zelf?
Dat zijn geen spectaculaire beslissingen.
Maar ze kunnen over vijftien jaar een enorm verschil maken.
En misschien ben je helemaal niet zo laat
Dat is het gekke.
Op je vijftigste voelt het alsof je financieel bijna bij de finish zou moeten zijn.
Maar misschien heb je nog vijftien jaar tot je AOW.
En misschien wil of kun je daarna nog een paar jaar gedeeltelijk blijven werken.
Dan praat je ineens over een behoorlijk lange periode waarin je nog invloed hebt op je financiële situatie.
Het Nibud kijkt bij pensioen daarom ook breder dan alleen naar één pensioenpot. In de Pensioenschijf-van-vijf worden bijvoorbeeld AOW, werknemerspensioen, lijfrente, eigen vermogen én eventueel inkomen uit werk meegenomen.
Dat vind ik een veel prettigere manier om ernaar te kijken.
Niet:
“Heb ik op mijn vijftigste wel genoeg geld?”
Maar:
“Hoe ziet mijn totale financiële plaatje er straks uit?”
Begin vandaag met één beslissing
Misschien lees je dit artikel en denk je:
Leuk verhaal, maar ik heb echt nog bijna niets.
Dan zou ik je vooral dit willen meegeven:
Maak van vandaag geen dag waarop je ontdekt hoeveel je achterloopt.
Maak er de dag van waarop je begint.
Log in op je pensioenoverzicht.
Maak een lijst van je schulden.
Bekijk je spaargeld.
Bereken hoeveel je iedere maand kunt missen.
En kies vervolgens één concrete eerste stap.
Dat kan €50 sparen zijn.
€100 beleggen.
Een schuld versneld aflossen.
Je pensioenregeling uitzoeken.
Of eindelijk eens berekenen hoeveel geld je later eigenlijk nodig denkt te hebben.
Je hoeft vandaag niet je hele financiële toekomst op te lossen.
Je hoeft alleen te zorgen dat je financiële situatie over een jaar beter is dan vandaag.
En daarna doe je dat nog een jaar.
En nog een jaar.
Want ja, beginnen op je twintigste had je meer tijd gegeven.
Maar daar kun je vandaag niets meer aan veranderen.
Over vijftien jaar kun je wel het verschil zien tussen vijftien jaar iets doen en vijftien jaar niets doen.
En precies daarom heeft beginnen nog steeds zin.
Let op: beleggen brengt risico’s met zich mee. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Welke manier van sparen, beleggen of pensioen opbouwen bij jou past, hangt af van je persoonlijke financiële situatie, doelen en beleggingshorizon.






