Je hebt netjes een budget gemaakt.
Voor boodschappen zet je iedere maand €400 apart. Dat lijkt je een mooi bedrag. Niet extreem zuinig, maar ook zeker niet buitensporig.
Aan het einde van de maand kijk je hoe het is gegaan.
Boodschappen: €493.
Ai. Bijna €100 te veel.
Volgende maand ga je beter opletten.
Maar dan geef je €512 uit.
De maand daarna €506.
En vervolgens €519.
Iedere maand hetzelfde verhaal. Je kijkt naar je budget en denkt:
Zie je wel. Ik kan me gewoon niet aan mijn budget houden.
Maar is dat eigenlijk wel zo?
Want als je vier maanden achter elkaar ongeveer €500 aan boodschappen uitgeeft, moeten we misschien een andere conclusie trekken.
Misschien is €400 simpelweg geen realistisch boodschappenbudget voor jou.
En dat is een belangrijk verschil.
Een budget is geen dieet
Soms behandelen we een budget een beetje alsof we op dieet zijn.
We bedenken wat we maximaal mogen uitgeven en vervolgens proberen we ons daar koste wat kost aan te houden.
€400 voor boodschappen klinkt beter dan €500, dus schrijven we €400 op.
€50 voor kleding klinkt lekker zuinig, dus dat wordt het kledingbudget.
En €100 voor leuke dingen moet toch wel genoeg zijn?
Vervolgens komt het echte leven.
De boodschappen blijken duurder. De kinderen hebben nieuwe schoenen nodig. Je gaat een keer lunchen met een vriendin en ineens klopt het hele budget niet meer.
En wat doen we dan?
We geven onszelf de schuld.
Terwijl het probleem misschien helemaal niet bij onze uitgaven begint.
Het probleem kan ook bij het budget zelf zitten.
Een budget moet namelijk geen verzameling wensbedragen zijn. Het moet een zo realistisch mogelijke inschatting zijn van wat er met je geld gaat gebeuren.
Kijk eens naar wat je écht uitgeeft
Stel dat jouw boodschappen er de afgelopen vier maanden zo uitzagen:
- mei: €493
- juni: €512
- juli: €506
- augustus: €519
Gemiddeld is dat €507,50 per maand.
Toch blijf je iedere maand €400 begroten.
Dan begin je dus eigenlijk iedere nieuwe maand met een begroting waarvan je op basis van de afgelopen maanden al kunt voorspellen dat hij waarschijnlijk niet gaat kloppen.
Dat is frustrerend.
Maar het geeft je ook een verkeerd beeld van je financiële situatie.
Want waar komt die ontbrekende €107,50 vandaan?
Waarschijnlijk uit een ander potje.
Of van je spaarrekening.
Of je houdt aan het einde van de maand minder over dan verwacht.
Misschien gebruik je zelfs je creditcard of sta je rood.
Je budget zegt dat je €400 nodig hebt voor boodschappen, terwijl de werkelijkheid al maanden iets anders laat zien.
Dan kun je beter eerlijk zijn.
Maak er €510 van.
Niet omdat je voortaan onbeperkt boodschappen mag doen.
Maar omdat je eerst wilt weten hoe jouw financiële leven er werkelijk uitziet.
Eerst eerlijk begroten, daarna besparen
En hier zit wat mij betreft het belangrijkste verschil.
Realistisch begroten en besparen zijn twee verschillende dingen.
Wanneer je gemiddeld €510 aan boodschappen uitgeeft, kun je €510 in je begroting zetten.
Dat betekent niet dat je tevreden hoeft te zijn met dat bedrag.
Misschien vind je €510 inderdaad te veel.
Prima.
Maar dan begint de volgende stap:
Hoe kan ik mijn boodschappen terugbrengen van €510 naar bijvoorbeeld €475?
Dat is een concrete bespaardoelstelling.
Je kunt dan kijken naar wat je koopt. Vaker een weekmenu maken. Minder vaak naar de supermarkt gaan. Huismerken proberen. Aanbiedingen gebruiken voor producten die je toch al koopt. Of eens kritisch kijken hoeveel eten er wordt weggegooid.
Dat is heel iets anders dan iedere maand €400 opschrijven en vervolgens teleurgesteld zijn wanneer je weer boven je budget uitkomt.
Je begint vanuit de werkelijkheid en gaat van daaruit verbeteren.
Dat vind ik een veel gezondere manier van budgetteren.
Je budget mag veranderen
Een van de grootste misverstanden over budgetteren is dat je één keer een budget maakt en dat het daarna klaar is.
Was het maar zo makkelijk.
Je leven verandert voortdurend.
Prijzen veranderen.
Je inkomen kan veranderen.
Kinderen worden ouder.
Je energierekening verandert.
Je gaat meer of minder autorijden.
Abonnementen worden duurder.
En soms ontdek je simpelweg dat je eerste inschatting niet klopte.
Dat is geen mislukking.
Dat is informatie.
Een goed budget wordt juist beter doordat je regelmatig kijkt naar het verschil tussen wat je had bedacht en wat er daadwerkelijk gebeurde.
Daarom vind ik het zo belangrijk om niet alleen naar één maand te kijken.
Eén maand €100 meer uitgeven aan boodschappen kan een uitzondering zijn.
Misschien had je een verjaardag. Misschien kwamen er mensen eten. Misschien heb je voorraad ingeslagen.
Maar wanneer je drie, vier of vijf maanden achter elkaar dezelfde categorie overschrijdt, wordt het interessant.
Dan moet je jezelf afvragen:
Geef ik hier werkelijk te veel aan uit, of heb ik deze categorie te laag begroot?
Ramsey Solutions maakt dat onderscheid ook bij terugkerende budgetoverschrijdingen: wanneer je consequent over een categorie heen gaat, kan dat een signaal zijn dat het begrote bedrag aangepast moet worden.
Dat betekent overigens niet dat iedere overschrijding automatisch goed is.
Het betekent vooral dat je moet onderzoeken waarom het gebeurt.
Niet iedere overschrijding is hetzelfde
Stel dat je iedere maand €510 aan boodschappen uitgeeft.
Dat kan komen doordat boodschappen voor jouw huishouden simpelweg ongeveer €510 kosten.
Maar het kan ook zijn dat er iedere week allerlei extra dingen in je winkelwagen verdwijnen.
Een paar aanbiedingen.
Een lekkere snack.
Een flesje drinken voor onderweg.
Iets wat handig leek.
En ondertussen gooi je iedere week voor €15 eten weg.
Dan zit er waarschijnlijk wel ruimte om te besparen.
Daarom zou ik altijd twee vragen stellen.
Vraag 1: Is mijn budget realistisch?
Kijk daarvoor naar je werkelijke uitgaven van de afgelopen drie tot zes maanden.
Vraag 2: Ben ik tevreden met wat ik werkelijk uitgeef?
Dat is een totaal andere vraag.
Het antwoord kan namelijk zijn:
"Ja. Voor ons gezin is €510 aan boodschappen prima."
Maar het kan ook zijn:
"Nee. Ik wil kijken of ik dit naar €475 kan krijgen."
Allebei zijn prima.
Het belangrijkste is dat jij bewust kiest.
Doe dit ook bij andere categorieën
Boodschappen zijn een makkelijk voorbeeld, maar hetzelfde probleem zie je bij allerlei andere uitgaven.
Je begroot iedere maand €100 voor benzine, terwijl je al maanden ongeveer €145 tankt.
Je reserveert €50 voor kleding, maar gemiddeld blijkt het €80 te zijn.
Je denkt dat je €75 per maand nodig hebt voor uitjes en horeca, terwijl je werkelijke gemiddelde €140 is.
Of je zet helemaal niets apart voor cadeautjes, onderhoud van de auto of de dierenarts en bent vervolgens iedere keer verrast wanneer die kosten komen.
Dan heb je niet automatisch een disciplineprobleem.
Je hebt misschien vooral een begrotingsprobleem.
En dat is goed nieuws.
Want daar kun je iets aan doen.
Gebruik je afgelopen maanden als uitgangspunt
Wil je je budget realistischer maken? Pak dan eens je bankafschriften van de afgelopen drie tot zes maanden erbij.
Kijk per categorie wat je werkelijk hebt uitgegeven.
Niet wat je denkt dat je uitgeeft.
Niet wat je graag zou willen uitgeven.
Maar wat er daadwerkelijk van je rekening is gegaan.
Bereken vervolgens het gemiddelde.
Dan krijg je een veel beter startpunt voor je nieuwe begroting.
Zie je daarna een bedrag waarvan je schrikt?
Ga het niet meteen kunstmatig lager begroten.
Onderzoek eerst waar het geld naartoe gaat.
Pas daarna bepaal je of en hoeveel je wilt besparen.
Zo maak je van:
"Ik mag nog maar €400 aan boodschappen uitgeven"
bijvoorbeeld:
"Ik geef nu gemiddeld €510 uit en mijn doel is om dat de komende maanden terug te brengen naar €475."
Voel je het verschil?
Bij de eerste versie begin je iedere maand bijna met het gevoel dat je kunt falen.
Bij de tweede versie heb je een concreet financieel doel waar je aan kunt werken.
Je budget is een stuurmiddel, geen rapport
Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap die ik je met dit artikel wil meegeven.
Je budget is geen rapport.
Aan het einde van de maand krijg je geen 4 omdat je €63 over je boodschappenbudget bent gegaan.
Je budget is een stuurmiddel.
Het helpt je om te zien waar je geld naartoe gaat en om vooraf te bepalen wat jij belangrijk vindt.
En soms moet je daarvoor de bedragen aanpassen.
Sterker nog: wanneer jij ontdekt dat een categorie structureel niet klopt en je past hem aan, betekent dat niet dat je slecht hebt gebudgetteerd.
Het betekent juist dat je beter begint te budgetteren.
Je gebruikt namelijk echte informatie om je begroting steeds realistischer te maken.
Wil je vervolgens besparen? Heel goed.
Maar doe dat bewust.
Begin niet met een bedrag waarvan je hoopt dat het haalbaar is.
Begin met de werkelijkheid.
Eerst eerlijk begroten. Daarna bewust besparen.
Daar wordt je budget niet alleen realistischer van.
Het wordt uiteindelijk ook veel makkelijker om je eraan te houden.
Kleine Financieel Blij-opdracht
Pak vandaag eens drie categorieën uit je eigen budget waar je regelmatig overheen gaat.
Kijk vervolgens naar je werkelijke uitgaven van de afgelopen drie tot zes maanden en bereken het gemiddelde.
Vraag jezelf daarna per categorie af:
Begroot ik hier te weinig, of wil ik hier werkelijk minder aan uitgeven?
Dat ene verschil kan je hele manier van budgetteren veranderen.






