// Jouw code hierWat doet inflatie met je beleggingen en rendement?
Wat doet inflatie eigenlijk met je beleggingen?

Wat doet inflatie eigenlijk met je beleggingen?

Vorige week schreef ik over iets wat best verwarrend kan zijn:

De inflatie kan dalen, terwijl jouw boodschappen nog steeds duurder worden.

Dat komt doordat een dalende inflatie meestal niet betekent dat prijzen dalen. Ze stijgen alleen minder snel.

Maar inflatie doet nog iets met je geld.

Het heeft namelijk ook invloed op je spaargeld en beleggingen.

En daar wordt het interessant.

Want stel dat je aan het einde van het jaar enthousiast naar je beleggingsrekening kijkt en ziet:

Yes! Ik heb 4% rendement gemaakt.

Mooi toch?

Ja.

Maar om te weten of je er werkelijk financieel op vooruit bent gegaan, ontbreekt er nog één belangrijk cijfer:

de inflatie.

4% rendement is niet altijd 4% vooruitgang

Laten we het weer simpel houden.

Je hebt €10.000 belegd.

Na een jaar heb je 4% rendement gemaakt.

Je belegging is dan €10.400 waard.

Op papier ben je €400 rijker geworden.

Maar stel dat de inflatie datzelfde jaar 3% was.

Producten en diensten die aan het begin van het jaar gemiddeld €10.000 kostten, kosten een jaar later ongeveer €10.300.

Jouw vermogen is dus wel gegroeid, maar tegelijkertijd is alles om je heen duurder geworden.

Je koopkracht is daardoor veel minder hard gegroeid dan die 4% doet vermoeden.

Heel eenvoudig gedacht heb je dan ongeveer:

4% rendement - 3% inflatie = 1% reëel rendement.

Dat is niet helemaal de exacte wiskundige berekening, maar voor kleine percentages is het een prima manier om te begrijpen wat er gebeurt.

Nominaal en reëel rendement

Daar horen twee financiële termen bij die ingewikkelder klinken dan ze zijn.

Nominaal rendement is het percentage dat je op je rekening ziet.

Heb je €10.000 belegd en wordt dat €10.400? Dan heb je 4% nominaal rendement.

Reëel rendement kijkt ook naar inflatie.

Het vertelt dus veel beter of je met het geld dat je hebt verdiend daadwerkelijk méér kunt kopen.

En dat vind ik persoonlijk een veel interessanter cijfer.

Want uiteindelijk beleg je waarschijnlijk niet om straks alleen een groter getal op je scherm te zien.

Je wilt met dat geld iets kunnen doen.

Stel dat de inflatie 6% is

We maken het voorbeeld iets extremer.

Je behaalt opnieuw 4% rendement.

Maar dit keer is de inflatie 6%.

Op je beleggingsrekening zie je nog steeds winst.

€10.000 is €10.400 geworden.

Dat voelt goed.

Maar ondertussen zijn de prijzen gemiddeld harder gestegen dan jouw vermogen.

Heel simpel gerekend:

4% rendement - 6% inflatie = ongeveer -2% reëel rendement.

Je hebt dus méér euro's, maar de koopkracht van je vermogen is afgenomen.

En dat is precies waarom alleen kijken naar het rendement op je beleggingen soms een vertekend beeld geeft.

Maar dat geldt toch ook voor spaargeld?

Absoluut.

Sterker nog: bij spaargeld is het misschien nog makkelijker te zien.

Stel dat je €10.000 op een spaarrekening hebt staan en daar 2% rente over ontvangt.

Na een jaar heb je €10.200.

Maar wanneer de inflatie in dat jaar 3% is, zijn de prijzen gemiddeld harder gestegen dan jouw spaargeld.

Je saldo is hoger.

Maar je koopkracht is lager.

Dat betekent overigens niet dat sparen slecht is.

Integendeel.

Een goede financiële buffer vind ik juist ontzettend belangrijk. Geld dat je binnenkort nodig hebt, wil je misschien helemaal niet blootstellen aan de koersschommelingen van beleggingen.

Het doel van je geld bepaalt wat verstandig is.

Een noodbuffer heeft een heel andere functie dan geld dat je twintig of dertig jaar wilt laten groeien.

Moet je dan gaan beleggen vanwege inflatie?

Hier wil ik wel een belangrijke waarschuwing bij zetten.

Ga niet beleggen omdat je bang bent voor inflatie.

Beleggen brengt risico met zich mee.

Je kunt rendement maken, maar je beleggingen kunnen ook dalen. Soms behoorlijk.

Als jij volgend jaar €10.000 nodig hebt voor een verbouwing, is het niet automatisch verstandig om dat bedrag te beleggen omdat je bang bent dat inflatie een paar procent van de koopkracht opeet.

Misschien staat de beurs namelijk net 20% lager wanneer jij het geld nodig hebt.

Daarom begint beleggen wat mij betreft altijd met andere vragen:

Wanneer heb je het geld nodig?

Heb je al een buffer?

Hoeveel risico kun en wil je nemen?

En wat zou je doen als je belegging tijdelijk 20%, 30% of zelfs meer daalt?

Pas daarna komt de vraag welk rendement je zou willen behalen.

Op de lange termijn wordt inflatie belangrijk

Wanneer je voor een lange periode belegt, wordt inflatie steeds belangrijker.

Stel dat je nu €100.000 nodig zou hebben om een bepaald doel te bereiken.

Misschien denk je:

Als ik over twintig jaar €100.000 bij elkaar heb, ben ik er.

Maar €100.000 over twintig jaar heeft waarschijnlijk niet dezelfde koopkracht als €100.000 vandaag.

Dat is een fout die gemakkelijk gemaakt wordt bij financiële doelen.

Je rekent uit hoeveel vermogen je later wilt hebben, maar vergeet dat het leven tegen die tijd waarschijnlijk duurder is.

Daarom moet je bij langetermijndoelen eigenlijk niet alleen nadenken over:

Hoeveel geld wil ik later hebben?

Maar vooral:

Wat wil ik met dat geld kunnen kopen?

Dat is een heel andere manier van kijken.

Rendement zegt dus niet alles

Wanneer iemand zegt:

“Ik heb vorig jaar 8% rendement gemaakt!”

dan klinkt dat fantastisch.

En misschien is het dat ook.

Maar het percentage vertelt niet het hele verhaal.

Hoeveel inflatie was er?

Hoeveel risico is er genomen?

Welke kosten zijn betaald?

En eventueel: hoeveel belasting speelt een rol?

Pas wanneer je naar het complete plaatje kijkt, weet je hoeveel vooruitgang je werkelijk hebt geboekt.

Je hoeft beleggen daarmee echt niet ingewikkelder te maken dan nodig.

Voor mij is vooral deze simpele regel belangrijk:

Kijk niet alleen hoeveel euro's je vermogen groeit, maar ook naar wat je met die euro's kunt kopen.

Want uiteindelijk is dát waar vermogen om draait.

Niet om het hoogste getal op een beleggingsrekening.

Maar om wat dat geld voor jou mogelijk maakt.

En precies daarom is inflatie niet alleen iets wat je merkt wanneer je met je boodschappen bij de kassa staat.

Je moet er ook rekening mee houden wanneer je spaart, belegt en financiële plannen maakt voor later.

Over de schrijver
Helga Tijdeman (1974) is al diverse jaren actief in de wereld van crypto. In 2015 ontdekte zij voor het eerst de bitcoin en heeft zich vanaf die tijd zich daar mee bezig gehouden. In 2016 haar eerste stukje bitcoin aangekocht en mee gaan handelen. Gestart met ooit €50 en opgebouwd zodat ze in Maart 2020 fulltime kan gaan traden en maandelijks een bedrag bij elkaar kon traden als inkomen. Inmiddels al weer wat jaren verder leert ze anderen hoe dit voor hen ook mogelijk is op een simpele, duidelijke en nuchtere manier. Geen snel geld verdien methodes en praatjes maar realistische benaderingen
Reactie plaatsen